Anderen

IMG_1016

Vannacht doomde ik dat de Covid-crisis voorbij was.

We leefden in een nieuwe wereld. Met een nieuwe verdeling van geld en middelen. Eerlijker. Gelijker. Iedereen had een basisinkomen. Banen die er eigenlijk niet toe doen bestonden niet meer en het leven had meer betekenis.

Ik droomde van onderwijs. Het was gebaseerd op overdracht van kennis en wijsheid waaraan iedereen meedeed. Oud leerde van jong. Leren en leven was één.

Ik droomde van verandering, ingezet door deze crisis. Terugvallen was geen optie, we leefden op een hoger niveau, nauwer met elkaar verbonden dankzij een positieve manier van desintegratie.

Het was zo’n fijne droom.

Maar toen ik me omdraaide in mijn slaap kantelde mijn droom. Hij veranderde in een nachtmerrie. Ineens kwam ik terecht in een wereld van ongelijkheid, waar multinationals de richting bepalen. Van systemen die de minderheid buitensluiten. Van terugval, leegte en egoïsme.

Rutger Bregman, Jan Bransen, Kazimierz Dabrowski en vele anderen stonden erbij en keken ernaar.

Eenmaal wakker kwamen de dingen weer terug tot hun proporties. Kleine dingen die verandering aanwakkeren. Elke dag. In crisis en daarna. Soms gebeurt er iets waardoor veranderingen op een golf worden meegenomen. Dat is mooi meegenomen. Soms staan ze stil. Maar we zijn met genoeg anderen om te veranderen.

Ben je de een of ben je de ander?

Het is tijd voor collectieve positieve desintegratie. Lees de theorie van Dabrowski.

Vrouw en paard

IMG_3095

Tijdens een cursusdag over Mindset bij Novilo is de vraag om een zogenaamd Oeps-momentje met playmobilpoppetjes uit te beelden en te bespreken met je buurmens. Het gaat om een gebeurtenis waarin je voor het blok wordt gezet, er dingen fout (kunnen) gaan, je je ongemakkelijk voelt. Hoe heb je dat ervaren? Altijd lastig om zoiets plotseling terug te halen, maar omdat er een paard in de bak met playmobil ligt, denk ik aan een ongemakkelijke gebeurtenis lang geleden waarin een paard de hoofdrol speelde.

Bij De dag van de Retoriek mocht ik kiezen uit verschillende workshops, maar omdat de veilige workshops al vol waren, kon ik alleen nog een paardenworkshop doen. Ik ben een beetje bang voor paarden en had ook geen enkele ervaring met ze, dus voelde ik me in het geheel niet op mijn gemak. Aan de rand van de bak stond ik met de andere workshopgenoten te luisteren naar de uitleg van de jonge workshopleider. ‘Een paard heeft een voorkant, een midden en een achterkant’ zei ze. Als je voor het paard uitloopt, keert het om, sta je naast het paard, dan blijft het staan, ga je erachter, dan begint het paard te lopen. Ik zag anderen voor mij in de bak die het paard onder controle kregen. Niet altijd ging het heel vloeiend of deed het paard wat diegene wilde, maar het lukte de meesten het paard in beweging te krijgen, te laten draaien, harder te laten lopen etc. Ondertussen was ik doodongerust. Ik moest nog en kon me niet voorstellen dat het paard zou doen wat ik wilde. Toen ik uiteindelijk met het paard in de bak terecht kwam, bleek het erg mee te vallen. Ik moest hard werken, maar het paard wilde best doen wat ik voorstelde. Bovendien werd ik voor het eerst vriendjes met een paard. Met een voldaan gevoel sloot ik de workshop af. Ik stond versteld van mezelf.

Ik had lang niet meer aan deze ervaring gedacht, maar toen ik erover vertelde, zag ik opeens de verbanden met mijn werk bij WALHALLAb. Eerder deed ik in mijn werk gewoon mijn ding, ik droeg bij, maar ik had niet de indruk dat ik veel verschil maakte, dat ik anderen beïnvloedde. Nu ik met de kinderen van WALHALLAb werk, merk ik dat ik er wel degelijk toe doe. Met een voldaan gevoel ga ik iedere WALHALLAb-dag naar huis. Ik sta versteld van mezelf.

ARTIFROG©

Margriet is 19. Omdat het leven haar even niet al te gemakkelijk afging, was ze een tijdje op stage bij WALHALLAb. Ze kreeg de mogelijkheid om een oude Artifortstoel op te knappen. Margriet had nog nooit meubels gerestaureerd. Ze kende het werken met een naaimachine alleen van horen zeggen. Was niet bekend met de verwerking van leer. Toen ze begon met het demonteren van de stoel, had ze geen idee waar te beginnen. Ik gaf haar een schroevendraaier, die ze voorzichtig tussen het frame en de stof heen en weer bewoog. Toen de stof meegaf en ze een ijzeren draadje zag, ging het langzaam maar zeker bij haar dagen dat de bekleding op de stoel geniet was. Haar ogen begonnen te glimmen.

Van november tot mei hebben we bijna wekelijks samen aan de stoel gewerkt. Het was een enorme klus. We hebben de stoel eerst helemaal uitgekleed en ontdaan van alle oude ballast. Alle bekleding moest van de stoel af en alle (honderden) nietjes hebben we uit de stoel getrokken. De bekleding tornden we uit elkaar. Die oude stukken stof vormden de patronen voor de nieuwe bekleding. Met kussens en leer van afgedankte banken zijn we de naakte stoel gaan opbouwen.

In het begin was Margriet heel voorzichtig met alles wat ze deed. Tijdens het gepuzzel met patronen zagen we af en toe dingen over het hoofd: een leerstuk bleek toch te kort, het knippen was niet helemaal goed gegaan, een naad viel precies op een lastige plek. De oude stof was soms opgerekt en dus eigenlijk niet goed geschikt voor een patroon. Margriet schrok soms van deze tegenslag: wat nu? Maar altijd gingen we op zoek naar een nieuwe oplossing. Of we kwamen iemand tegen die ons hielp, het voor ons relativeerde of een goede tip gaf.

Toen de vulling op maat gemaakt was, nam Margriet voor het eerst van haar leven plaats achter de naaimachine. Eerst maakte ze wat proeflapjes, daarna begon ze aan het echte werk. Ze vond het erg spannend. Soms sloeg de naaimachine op hol, maar ook hier leerde Margriet: je kunt het altijd weer opnieuw doen, of anders. Het is niet erg als er wat mis gaat. We moesten veel beslissingen nemen: in welke volgorde naai je de stukken aan elkaar vast? Zo’n hoek, hoe zorg je ervoor dat die vloeiend wordt en goed om het kussen valt?

Tijdens al die uren samenwerken hebben Margriet en ik veel gepraat. We spraken vooral over de stoel. Maar ook over Margriets zoektocht naar werk dat bij haar past. Over wat ze belangrijk vindt in haar leven. Zingeving. Geloof. Familie. Ook anderen bij WALHALLAb spraken mee.

Je zou zo maar kunnen concluderen dat het proces van de stoel – van op en versleten naar fris en nieuw – een metafoor is voor de zoektocht van Margriet. Maar dat is het zeker niet. De stoel is het lijdend voorwerp in dit verhaal en Margriet het tegenovergestelde. Het proces van de stoel stond ten dienste van Margriets herstel, van het vinden van haar zelfvertrouwen en haar durf, van het besef dat je soms gewoon maar moet doen, zonder dat je precies weet of het goed is. Het werken aan ARTIFROG© heeft ervoor gezorgd dat Margriet niet hoefde stil te staan bij het verleden, maar dat ze aan de slag ging. Zonder dat haar onzekerheden centraal stonden. Die namen we op de koop toe.

Toen ik met Margriet aan de stoel begon, had ik geen idee waarom ze bij WALHALLAb was. Ik ging ervan uit dat ze het leuk vond om met haar handen te werken. We bouwden een band op. En in de loop van onze samenwerking vertelde Margriet wat ze wilde vertellen. En dat was genoeg.

Precies op het moment dat Margriet toe was aan een nieuwe stap, was de stoel af. Margriet kondigde zelf aan dat ze verder ging. Inmiddels is ze begonnen met een werkstage in de kinderopvang. Wat? Ze is niet aan de slag als leerling in een meubelstoffeerderij? Nee. En dat was ook helemaal niet de bedoeling. Ze heeft haar leven weer opgepakt en haar eigen route bepaalt. En als blijkt dat de kinderopvang het niet is, dan vindt ze wel iets anders dat het wel is. Ze weet dat het gaat goedkomen, want ze heeft haarzelf bij zich.

Het bekleden van een stoel was voor Margriet het middel om verder te gaan. Voor een ander kan dit iets anders zijn. Het maken van een drone. Het opknappen van een oude kast. Het ontwerpen van een vliegtuig. Het schilderen van een wandschildering. Het lassen van een tafel. Dat maakt niet uit. Het maken helpt bij het vinden van iets dat in je zit maar nog niet tot bloei is gekomen. Of dat aanvankelijk wel deed, maar door de omgeving niet is opgemerkt of aangemoedigd.

Voor Margriet en mij was het proces belangrijker dan het resultaat, de stoel zelf. Al zijn we natuurlijk blij dat hij zo mooi is geworden. Voor de nieuwe eigenaar is het resultaat belangrijker. Maar ik weet dat de stoel in waarde stijgt als je het verhaal erachter kent.

LL

lekker laten fragmentNa het lezen van het boek Diagnosedrift was ik weer aan het twijfelen geslagen. Klopt de diagnose Asperger bij mijn dochter Madelief wel? Is het geen misdiagnose, zoals vaker voorkomt bij hoogbegaafde kinderen? Kind voelt zich onbegrepen op school. Sluit qua gedachtewereld niet aan bij klasgenootjes. Gaat zich steeds meer terugtrekken in zichzelf. Vertoont gedrag dat lijkt op Autisme Spectrum Stoornis (ASS). In de kerstvakantie ruim ik mijn computer op. Ik bekijk filmpjes die we maakten toen ze peuter was en denk bevestiging te zien van mijn twijfels. Wat een open kind. Heerlijk spelend met haar zusje. Maar als ik het verslag van de psychiater herlees, zie ik toch ook die typische Aspergerkenmerken: het zich verliezen in details, geen zicht op grote lijnen…

Het kenniscollege waarvoor ik me heb opgegeven heet HB en ASS. Volgens de positieve psychologie doorlopen kinderen met ASS dezelfde ontwikkelfases als kinderen zonder die diagnose, maar vinden die fases later in het leven plaats. Cognitieve vaardigheden bijvoorbeeld worden niet aangeleerd in de kindertijd, maar pas in de fase erna. En zelfstandigheid leren ze pas als ze volwassenen zijn in plaats van de fase daarvoor. Madelief is als 9-jarige naar de middelbare school gegaan. De stof kon ze gemakkelijk volgen. Dat lukt haar nog steeds wel, maar nu, in de bovenbouw, heeft ze niet meer genoeg aan luisteren en lezen. Ze moet ook oefenen, sommen maken, onthouden, werkstukken in elkaar zetten. Maar de vaardigheden die ze daarvoor nodig heeft, namelijk de executieve functies, heeft ze nog niet voldoende ontwikkeld. Dat kan ook niet, zegt de positieve psychologie, want ze is pas 15.

Maureen, de docent van het kenniscollege stelt het als volgt voor: je staat op een ladder en ziet precies waar je naartoe wilt, maar je kunt dat punt niet bereiken omdat je tegengehouden wordt door iets dat aan je benen trekt. Madelief herkent alles wat ik vertel over het college en vooral in de metafoor kan ze zich goed vinden. We vragen het onmogelijke van kinderen zoals zij. Vooral in een wereld die altijd maar vooruit wil. Ouders, scholen, deskundigen, we zoeken het vaak in oplossingen als trainen van de executieve functies. Ik begrijp na dit college dat het gevaar daarvan is dat het trainen te vroeg komt. De hersenen zijn er nog niet klaar voor. Bovendien geef je met trainen ook ongewild een boodschap aan het kind: je kunt het niet, je bent anders, je bent niet goed genoeg.

Daarom heb ik een nieuwe methode ontwikkeld: Lekker Laten (LL). Gewoon, wachten tot de tijd er rijp voor is. Het kind accepteren zoals het is in plaats van ‘passend maken’. Thuis lukt dat vaak wel, maar op school is dat lastiger. Er is een soort onderwijs voor nodig dat de ontwikkeling van het kind volgt en buiten de randen van de school naar passend onderwijs zoekt. Een kind in de spagaat van zijn eigen ontwikkeling kan bijvoorbeeld zelfstandig colleges op universitair niveau volgen en daarnaast veel tijd besteden aan vriendschappen en het begrijpen van die schijnbare tegenstelling in zichzelf. De LL-methode gaat hand in hand met vertrouwen. Laat deze laatbloeiers nog wat langer in de knop. Geef ze veel water en aandacht, zodat ze over een tijdje uitbundig kunnen bloeien.

Madelief, hou vol, jouw tijd komt nog!

Back to school

Collegezaal fragmentDe mix van spanning en verlangen die ik voel op de dag dat ik met de opleiding Talentbegeleider voortgezet onderwijs begin, herken ik van mijn eerste dag op de middelbare school. In de loop van de dag merk ik dat de vergelijking met school daar niet ophoudt. Lang stilzitten en luisteren valt me zwaar en soms moet ik moeite doen om mijn aandacht bij de les te houden. Ook heb ik last van het herhalen van stof die ik thuis al had voorbereid, terwijl ik juist ‘eager’ ben om nieuwe kennis op te doen. Naarmate de dag vordert merk ik dat ik steeds baldadig word, zin krijg om te muiten. Maar het is de eerste les en vertrouwde medestanders heb ik nog niet, dus houd ik me in.

’s Avonds vertel ik mijn dochters hoe ik aan ze gedacht heb. Dat ik me ineens nog beter kan voorstellen hoe moeilijk het voor ze is om bij de les te blijven. Zelfs als de inhoud je interesseert is dat moeilijk maar als puber moet je je ook regelmatig concentreren op iets dat je worst zal wezen, waarvan je de context mist en je geen idee hebt waarom je het leert.

Vorige week luisterde ik op het decanensymposium van UvA/HvA naar een heerlijke lezing van Jan Bransen, hoogleraar filosofie bij de Radboud Universiteit. ‘We hebben Leven en Leren uit elkaar getrokken, zei hij. ‘En dat leren hebben we aan de kinderen gegeven. Gaan jullie maar leren, wij gaan wel leven.’ Het is zo oneerlijk om onze kinderen in de bloei van hun leven op te sluiten in klaslokalen, vaak verstopt in heel lelijke schoolgebouwen met betonnen pleinen ervoor, waar ze dag in dag uit moeten zitten en luisteren, zitten en luisteren. Terwijl nota bene al lang en breed is aangetoond dat zitten en luisteren geen effectieve leermethode is. Waarom mogen ze de weide wereld niet in? Met praktijk en echte ervaring.

Het leukste van deze eerste dag is het ontmoeten van de andere deelnemers. Ze zijn allemaal docent in het voortgezet onderwijs (behalve ik), allemaal heel verschillend maar met dezelfde intentie. Met een klein groepje wordt het contact extra intensief door intervisiebijeenkomsten. Daar kijk ik erg naar uit. En naar mijn stage.

De paden op…

Vanaf 28 september 2018 ga ik de opleiding Talentbegeleider voortgezet onderwijs bij NOVILO in Utrecht volgen. Maar ik wil geen helemaal geen talentbegeleider worden.

Als ik denk over hoe ik het liefst had willen leren en nog steeds leer, dan kom ik niet uit bij het huidige schoolsysteem. Ik heb het idee dat ik in mijn volwassen leven vaak bezig ben met afleren wat ik verkeerd heb aangeleerd.

Het vo en dan met name de bovenbouw is een soort laboratorium, een van de werkelijkheid geabstraheerde omgeving. Kinderen zitten voornamelijk op een stoel. Achter een tafel. Met vooraf gestelde eindtermen. Aanvankelijk wellicht handig maar inmiddels overheerst door toetsen en prestatiedwang, -drang en rangen. Het onderliggende systeem houdt weinig rekening met waar je goed in bent en waar je blij van wordt. De constante vergelijking met het gemiddelde neigt naar eenheidsworst. Dan gaat het niet over het kind in kwestie. Dat gaat om het behalen van een diploma via vastgetimmerde PTA’s. De balans tussen hoofd, hart en handen is doorgeslagen naar hoofd. Ik hoor reclames op de radio voor privéscholen, waarin alles draait om snel het ‘hoogste’ papiertje halen. Zie hoe dure examentrainingen als paddenstoelen uit de grond schieten. Het wordt een trucje om je examens te halen. Dit geeft ongelijke kansen.

Ik zie bij mijn eigen kind dat juist diegenen die niet in dit systeem passen de zwakke plekken ervan pijnlijk blootleggen. Handig, want je hoeft deze kinderen maar te volgen en naar ze te luisteren om te zien hoe het anders kan. Ik ben ervan overtuigd dat als je dat echt doet, ook het onderwijs voor volgzamere kinderen beter wordt. Je hoeft geen visionair te zijn om te zien dat in de nabije toekomst steeds meer kinderen buiten het systeem gaan vallen. Want de wereld, de ouders, de kinderen veranderen, maar het systeem blijft stoïcijns zijn logge zelf.

Volgens NOVILO begeleidt een talentbegeleider cognitief begaafde kinderen. Mij maakt het niet uit of ze cognitief begaafd zijn of niet. En een talent heeft iedereen. Ik wil kinderen helpen die niet in het systeem passen. Desnoods via konijnenpaadjes. Niet alleen de slimme en niet alleen die met ouders die begeleiding kunnen betalen.

Dit blog begeleidt mijn opleidingsjaar en beschrijft de vormgeving van mijn ‘nieuwe’ werkgebied. Gaandeweg hoop ik dat beter voor ogen te krijgen. Ik ga schrijven over de opleiding, over mijn stage op het Lorentz Lyceum, over het boek dat ik dit jaar ga schrijven en over de ervaringen thuis. Schrijven ordent mijn gedachten en geeft me nieuwe inzichten. En misschien heeft iemand anders er ook nog wat aan.

Belangrijke vragen dit opleidingsjaar zijn: op welke manieren kan ik kinderen die dreigen uit te vallen toch door of langs het huidige systeem heen helpen, zonder dat zij zichzelf verliezen. En hoe kan ik met mijn ervaringen het systeem een beetje beter te maken. Met hoofd, hart en handen.